write-along #11#12

Dag 11

Je verstekeling haalt nu een ongelofelijke truc uit die de spanning uit de lucht haalt. Dit had je nooit verwacht.

Als een gladde kogel zoeft de jongen geluidloos naar het dorpsplein. Kastanje kan hem amper bijhouden. Dichterbij komend ontwaar ik spanning en donkere onrust in die verweerde, wijze gezichten van de ouderen in de ban van dat vervelende duo. Wat wil de jongen met dat wonderbaarlijke flesje El Calafate sap? Van angst draai ik de teugels strakker rond mijn handen en knijp mijn ogen halfdicht. Plots wordt het doodstil. Geen vogel die kwettert, geen hond die blaft, geen kind dat zeurt. Vliegensvlug verzamelt de jongen van elke ouderling een ring of oorbel. In een mandje mengt hij de juwelen met het bessensap en kneedt het tot een bal, alsof het vloeibaar zilver is. Broer en zus staren in uiterste verbazing naar zijn magie. Uit zijn handen verschijnt een mini-paardje, niet glanzend bruin zoals Kastanje, maar zilverblauw, droomachtig, feeëriek. Met het paardje balancerend op zijn uitgestoken hand nadert hij het meisje. Als ze het beestje voorzichtig aanraakt, hinnikt het. Haar schaterlach werkt als een lopend vuur: in geen mom van tijd lacht iedereen, haar broer nog het hardste. Een opzwepende melodie van gitaar en fiddle vervoegen de vrolijkheid. Er wordt gedanst, wijn gedronken en lamsvlees gegrild. Wat een onverwacht verloop – en wat een wonderbaarlijke jongen.   

 Dag 12

Je besluit bij de verstekeling te blijven. Inmiddels heb je zulke warme gevoelens voor hen! Het is vakantie tenslotte en wat maakt het uit waar je bent? Schrijf toe naar een happy end!

Miljoenen sterren flonkeren hoog in een betoverende paarsblauwe nachthemel. Ik ben helemaal verliefd op deze winderige streek, dit wilde dorp en ons vurig avontuur. Ik ben helemaal verliefd op deze jonge jongen, met zijn armen rond mij die voelen als zacht suede en zijn getaande, tedere gezicht tegen het mijne. Ik hoef niet meer te fietsen naar het land van vuur, ik ben er.          

write-along #9#10

Dag 9

De verstekeling en jij weten nog een keer te ontkomen. Hoe? Een ding is zeker: er komt een wandelstok bij kijken en het cijfer 9.

Wie durft als eerste te bewegen, te vluchten, te schreeuwen, aan te vallen? Kastanje snuift van de spanning, we schrikken er allemaal van. Mijn reisgezel gebruikt dat gouden moment van verwarring om naar de wandelstok gegespt aan de rechterflank van het paard te grijpen. Hij schuifelt richting broer en zus tot de afstand net de lengte is van de vooruitgestoken wandelstok. Wat is hij van plan? De katapult trilt in de handen van het meisje. Het wordt een duel van stok en steen! Of niet? De jongen cirkelt langzaam rond het tweetal en bij elke stap schudt hij precies één druppel bessensap uit het flesje en telt luidop: uno … dos … tres … cuatro … cinco … seis … siete … ocho … … nueve… Gehypnotiseerd kijken broer, zus en ik toe tot druppel negen neervalt op het gloedhete zand. Broer en zus krijsen als zeemeeuwen, struikelen achterwaarts zo snel ze kunnen tot aan de motor. In ongeloof verdwijnen ze met de noorderzon, op een motor die van gekte bokt en stijgert.

Dag 10

Jullie komen bij de plek waar de verstekeling heen wilde. Maar hé: daar is de lifter, nu samen met de achtervolger. Verklaar hoe dat kan. Je hebt alleen niet meer dan 20 woorden hiervoor.

Eindelijk daar! Dorpsouderen, verzameld rond een verroeste waterpomp, aanhoren … broer en zus?! “They know the secret route to our village???”     

write-along #7#8

Dag 7

Jullie gaan weer op pad; met zijn drieën nu: jijzelf, de verstekeling/achtervolger waar je inmiddels aan gehecht begint te raken en de zich verdacht gedragende lifter. Dan komen jullie erachter dat je achtervolgd wordt! Probeer deze persoon af te schudden. Dit kunnen we er niet bij hebben, het is al chaotisch genoeg!

Ik voel me chagrijnig worden, maar het meisje forceert me om achter ons te kijken. En dan verlies ik helemaal mijn geduld! Voor ik het weet stromen scheldwoorden van frustratie in alle windrichtingen. WTF!? Een motor komt onze richting uit. Is dit weer iemand die een streep haalt door mijn vakantieplannen en de jonge jongen zijn reddingsmissie? Blijkbaar denkt hij er ook zo over: hij haalt een flesje uit een zadeltas en toont het aan de achtervolger. Die keert zich zó snel om dat ik er duizelig van word. “It’s our secret weapon: a bottle of El Calafate berry juice. Only people connected to the spirit world are allowed to use it. It works like magic when you want to get rid of unwanted guests.” In mijn achterhoofd roept een stemmetje dat mijn wonderlijke metgezel, die ik ondertussen eigenlijk heimelijk best geweldig vind, niet te onderschatten is.      

Dag 8

De lifter begint zich ermee te bemoeien. Hen blijkt de eigenaar (of een na familielid van de eigenaar) van het vervoermiddel te zijn dat je gestolen hebt en hen heeft een wapen bij zich! Erger nog: de achtervolger hoort ook bij hen! Beschrijf de confrontatie.

[Dit vond ik een verwarrende opdracht door het gebruik van ‘de achtervolger’: is dat nu de laatste extra persoon of de eerste, die verstekeling/achtervolger werd genoemd???]

Derde keer raak: een tik van jewelste, nu op mijn rug, van het meisje, die met woeste gebaren en een stem zo luid als een alarmbel de aandacht trekt van de achtervolger op de motor. Voor ik kan protesteren, duikelt ze lenig van het paard en richt een katapult met een vlijmscherpe steen op mij. Ze hoort de motor terugdraaien en lacht tevreden. De jongen lijkt niet erg onder de indruk (of doet hij alsof?) maar ik voel het angstzweet uitbreken. “You took our family’s horse, the pride and joy of my eldest brother, and that is an unforgivable and disrespectful deed. When he gets here, he’ll punish you.” Wanneer de man van de motor stapt en zich opstelt naast het meisje, zie ik twee gezichten die als druppels water op elkaar lijken. Broer en zus! Maarre, ik heb toch geen vlieg kwaad gedaan? Ze hebben er geen oren naar en dwingen me om van Kastanje te springen. Vol verwachting kijk ik naar de jongen voor hulp. Hij staart naar het duo met het flesje bessensap wijzend in de richting van broer en zus. Die komen geen stap dichterbij. Dit voelt als een driepartijen patstelling.      

write-along #5#6

Dag 5

De verstekeling/achtervolger staat erop dat je eerst ergens anders heen gaat dan naar je zelfgekozen bestemming. Hoewel je er niet zo’n zin in hebt, weet hij/zij/het je toch te overtuigen. Beschrijf hoe hen (zo fijn, dit nieuwe genderneutrale voornaamwoord) je overhaalt van je padje te gaan.

Ik wacht vol spanning wat er na de naderende bocht verderop te zien zal zijn en hoop op gebergte, bos of gebouwen als oriëntatiepunt. Mijn medegezel vertraagt de pas en gebaart om hetzelfde te doen. Kort na de bocht wacht ons namelijk een T-splitsing. Links een wegwijzer naar Chili, rechts naar Argentinië. Naar rechts natuurlijk! Naar het Argentijnse en ook grootste deel van Terra del Fuego! Voor het eerst spreekt de jonge jongen: “Señorita, my village is not far from here. We need to go there first.” Nee hoor, daar begin ik niet aan. Mijn vakantie is ondertussen al heel anders uitgedraaid dan gepland en ik heb geen zin om verder weg te reizen van mijn bestemming. Dan wijst hij naar het woord Chili en zingt een kort, melancholisch liedje dat mijn hart beroert. Dan vervolgt hij: “My horse is the only means we have to collect a special medicine for our elders… they have been waiting for us to return…” Ik zonder paard of hij zonder paard, daar hebben we allebei niets aan. Kastanje trot voorzichtig verder en slaat links af. Ik laat hem begaan.

Dag 6

Onderweg stoppen jullie om wat te eten. Jullie raken aan de praat met iemand die een lift vraagt. Nou vooruit dan, die kan er ook nog wel bij. Deze persoon gedraagt zich wel een beetje vreemd!

Na een poosje rusten we uit onder de welkome schaduw van cypressen. Het doet deugd om wat rond te wandelen en de benen te strekken. Uit de zadeltassen tovert mijn metgezel brood, pikante worst en water. Hij verdwijnt tussen de cypressen en komt terug met handenvol blauwe bessen en … een vrolijk meisje van zijn leeftijd. “These”, zegt hij wijzend naar de bessen, “are the famous El Calafate berries. The legend goes that one who eats them will one day return to Patagonia.” Ik weet niet wat ik van die bessen of het onverwachte gezelschap moet denken, maar eten en drinken doe ik alles wat me aangereikt wordt. De twee jongelui praten honderduit, blijkbaar kennen ze elkaar; het maakt me nieuwsgierig. Ook zij is op weg naar hetzelfde dorpje, al woont ze er niet. Kan ze met ons mee? Kastanje blijkt zo sterk als een os met ons tweetjes op zijn rug, het meisje vooraan. Eerst zit ze doodstil, dan vouwt ze haar gezicht op haar borst en steekt haar linkerarm kaarsrecht naar boven, in een bijna onmenselijk plooigebaar. Ik moet ervan lachen, maar een harde tik op mijn been doet me ophouden. Ze gooit vreemde woorden in het rond, zingt hetzelfde melancholische liedje als de jongen deed en maakt plots een acrobatische sprong die haar achter mij doet landen. Weer krijg ik een harde tik op mijn been.  

write-along

To all my followers whose knowledge of Dutch is limited or non-existent. This blog and some subsequent blogs report on a Dutch initiative by Carola Janssen who is the owner of professional writing bureau Prompt! For twelve days, the 200 or so people who subscribed to the write-along receive each day a specific instruction they have to write a paragraph or two about in what will ultimately become a short story. The daily task forces budding and experienced writers to be creative and think out of the box. Participants can follow fellow writers’ writing in a closed forum or on Facebook. I have to admit, reading all those stories is GREAT fun!

We are four days in and below you (i.e. if you understand Dutch) can see the instructions for days 1 to 4 and what I made of it. Sorry, your request to translate has been denied!

Dag 1

Je gaat met je favoriete vervoermiddel op stap. Het is een zonnige dag en wat kan er nou helemaal mis gaan? Schrijf een alinea over waar je heen gaat, met welk vervoermiddel en waarom dat zo’n tof ding is.

Er zit geen rust in die pedalen, maar wel in mijn hoofd. Voor ik vertrok, moest ik bagage en reiskleding kieskeurig uitzoeken. Want een fietstocht à la Camino, bijna 900km doorheen Patagonië, vereist wel wat voorbereiding. Dat maandenlange zwoegen over plannen, fietsonderhoud en reisdocumenten is al bijna een verre herinnering onder de Argentijnse zon. Mijn fiets is als de perfecte verlenging van mijn behoefte aan fysieke inspanning of verlangzamen; altijd zo geweest.

Dag 2

Dat is vreemd: je komt heel ergens anders uit dan verwacht! Sterker nog: je bent ergens waar je nog nooit geweest bent en tot overmaat van ramp heeft je vervoermiddel het begeven. Waar ben je beland? Je spreekt een voorbijganger aan om erachter te komen. Beschrijf (maximaal 2 alinea’s; had je er gisteren zes, dan mogen het voor straf alleen heel korte zijn :-)).

Terra del Fuego! Land van vuur en wind en wild. Kaap Hoorn – kan het bijna aanraken met het topje van mijn neus, in vogelvlucht dan toch. In de zilvergroene stroom links van het oneffen, rotsige pad glinstert iets fels, hard. Het stuur verstart, de ketting smelt, de spaken verkluwen… Voor ik het besef, val ik onverwachts in een veld van wat op klaprozen lijkt. Dan, een helder, opgewekt stemmetje achter een blauwe ballon. Sprak ze Spaans? ¿Dónde estoy?, fluister ik.

Dag 3

Wist je gesprekspartner meer? Dan weet je nu waar je bent. Niet? Ook geen probleem: je wilt hoe dan ook verder. Dit is tenslotte een road story, zoals je inmiddels gemerkt zult hebben. Omdat je vorige vervoermiddel echt stuk-stuk is, besluit je er een te stelen. Nood breekt wet. En ja, dat moet een ander vervoermiddel zijn dan je had. Vertel ons hoe je dat aanpakt.

Geen antwoord. Geen idee waar in de wereld ik me bevind. Geen levende ziel te bespeuren. Dat voelt best akelig en verontrustend en bevrijdend tegelijkertijd. Het bloemenveld strekt zich eindeloos uit, welke richting ik ook tuur. Het op en neer deinen van de klapachtige rozen geeft zoveel rust, laat me hier een tijdje verpozen… Mijn gedachten vallen in slaap tot ik me abrupt realiseer dat ik geen water of fiets meer heb en ab-so-luut verder moet. Op goed geluk loop ik richting westen naar een vage stip in de verte. Dichterbij komend ontwaar ik een gezadeld, jong paard van dat glanzend kastanjebruin dat het gemakkelijk zou winnen van Black Beauty. Geen spoor te bekennen van zijn rijder, al liet die wel een lederen heuptas en, wat lijkt op meetinstrumenten, achter. Ik wil niet wachten, de drang om dit avontuur in te rijden is zo sterk dat ik zonder scrupules en belachelijk onhandig op het paard hang-kruip, een betere beschrijving is er niet voor. JU!     

Dag 4

Je bent weer op weg. Dat lijkt oké, maar is het dat ook? Je hebt een verstekeling! (En als dat niet past in je vervoermiddel, iemand die je op de voet volgt.) En wat voor één! Maak kennis met je passagier (achtervolger) en stel hen in geuren en kleuren aan ons voor.

Stof waait op, Kastanje volgt zonder enige aarzeling een onzichtbaar pad. Ik nestel me in zijn pure kracht en veiligheid en durf een beetje te onstpannen. Tot een onverwachte luchtverplaatsing, zoals een auto die voorbij zoeft, mijn aandacht trekt. Is het Kastanjes eigenaar die langzaam maar zeker veld wint achter ons? Al rennend nog wel! In alle talen probeer ik me te verontschuldigen en uit te leggen waarom, waarheen en wie. Naast mij versnelt een jonge jongen met armen die me doen denken aan zacht gerimpeld leer, beige suede, met kuiten van stalen spieren, met een omgekeerde driehoek van een bovenlichaam, weet je wel, zoals bij rugbyspelers. Voeten in dunne, vuile stofschoenen. Zijn sierlijke handen houdt hij in een ontspannen knoop achter op zijn rug, ze voorkomen dat een wit katoenen shirt constant flappert in deze droge wind. Zijn gezicht, ik had het niet echt verwacht, is eerder een mix van oud en jong, van verweerd, getaand en energiek, ondeugdend. Zijn lichtgrijze ogen reflecteren het beeld van mij op Kastanje, zijn dat lachrimpels? Maar het is zijn witte haar, gevlochten in drie lange staarten, dat zijn verschijning kleurt. In mijn hoofd hoor ik hem zeggen: “Geniet van de rit. Je bent op weg. Ik blijf zolang je me nodig hebt.”

The Mauvettes

The Mauvettes were born late 2021 or early 2022, I can’t quite remember. It was another games night, an evening in the company of the ‘neighbour girls’ (occasionally we refer to ourselves as ‘ladies’) to compete in board games, gossip and laughter. For more than a year now it has been a regular feature on our social calendar, a way to honour our neighbourly connection and to support each other’s wellbeing, because what is more healing and soothing than being amongst friends?

The board games are a motley bunch: card games (who invented Canasta???), Rummikub, card Monopoly, Doodle Dice, Bananagrams and plenty more of obscure, never-heard-of games surfacing from back shelves in cupboards. Playing boardgames brings out the best and worst in us. Particulary Bananagrams has revealed our true colours: the teacher who questions everyone else’s words, the cheek who makes up words under the pretense of innocence, the competitor who mutters and curses under her breath about rules and results, the perfectionist who tries to outdo all the others with fancy words, the learner who can’t help but ask Google about meanings of words, the quiet naughty who makes words that make us all blush.

Letters lying in wait can be transformed in hilarious finds. Isn’t croxpin a fantastic word? And what does seg mean?  We know all its different meanings and have practiced extensively in using the word (but keeping a straight face at the same time is probably impossible) in sentences when at the doctor’s, the cobbler or the farmer friend. When R. dared to play mauvette and insisted it was a colour (it wasn’t we thought then when we looked it up, but Merriam-Webster claims it is a pale purple that is redder and paler than average lavender, bluer and paler than phlox pink or wistaria, and bluer, lighter, and stronger than flossflower blue) The Mauvettes were born. The birth was delightful and crazy funny. The Mauvettes have six members: Mauvette R., Mauvette E., Mauvette S., Mauvette G., Mauvette Y., and Mauvette V. (that’s me).

The other day, one of The Mauvettes (R. again!) offered the brilliant idea (albeit not so new) to find an unknown word in the dictionary and conjure up three definitions of which only one is correct. Preparations are in full swing for the next games night, evidenced by Mauvette E.’s text the following day. She managed to turn the idea on its head and used made-up-words rather than made-up-definitions in the following text:

Thanks for coming to games night, you are some of the troviest (awesome) people and I’m so glad to have you in my life. We need therbligs (help simplifies) for learning Canasta. The dairy free cheesecake was yummy, not neapish (bland). Thank you for the dooleys (items brought to an event). It was nice to have you here on a hibernal (winter’s) night. Looking forward to next time.

Are all these words real? You have to think about that now. Hmmmm.

I thought about it, did you?  

Harry Potter is 25!

In 1997 the first Harry Potter book was released, Harry Potter and the philosopher’s stone. The world has not been the same since. The magical world of Harry Potter has become a cultural staple in many countries. Seven books later (and side publications) Harry and his trusted friends continue to enthrall new and returning readers. I remember watching the first Harry Potter movie – it was exactly how I imagined Hogwarts School of Witchcraft and Wizardry, the Hogwarts Express, Harry’s cupboard under the stairs… With open mouth I followed their adventures and challenges, cringed when Professor Snipe spoke and realised I’d never be a lauded Quidditch player.

My library in Kawerau harbours some die-hard fans of HP amongst staff. With great enthusiasm they threw themselves in organising a Harry Potter exhibition and fun activities for young and old during June and July. Janice created an impressive collection of potions and wands, dressed up and used her most prized wand to spread her magic amongst customers. Ryk, our word smith, invented the descriptions and labels for each wand and fired up a fierce competition amongst children to win their favourite wand. Susan delved in her HP memorabilia and treasured trip to Harry Potter World in the UK. My offer to build Harry’s house at Privet Drive in Lego during work hours was gratefully accepted (what’s not to like about this job!) and Chris joined me in building a Lego-version of Hogwarts.  

Potions made by the children visiting the library

A few years ago, for a friend’s 50th birthday, I dressed as ‘Harriette’ Potter. My magical effect was immediate and total: no one recognised me! I may as well have been draped in the invisibility cloak! My companion Dart Vader was as impressive and disguised by heavy breathing.

Globally the Harry Potter stories spurred people to read and instilled in many the power of being transported by stories and the pleasure imagination and stories bring to our lives.

To Harry and all his friends and foes, happy birthday!

lost in translation part 2

Here is the good news: the translation of Systemisch werken. Een relationeel kompas voor hulpverleners is finished, with its new title Systemic perspectives in mental health, social work and youth care: A relational compass.

Fortunately, the translation task spared us from blood, sweat and tears but not from agony, grey hairs and extended screen hours. The final finetuning as I call it, such as cross-checking references, correcting phrases or words in earlier chapters that were changed over time, re-reading the text for the umpteenth time, crossing all those t’s and dotting all those i’s, was like running a marathon. Those last few miles are the hardest, everything hurts and you wonder why you embarked with enthusiasm and spark on that first training run. You have to dig deep mentally to keep going, trusting that the finish line is around the corner and your support crew ready with fluffy slippers. Tired and satisfied we can now look back on completing that run.

Halfway the 12 chapters, I finally felt confident enough to loosen the grip of literal translation*. I chucked out repetitions and words that did not add much to the content, such as sentence starters like maar/but, soms/sometimes, of/or. I chopped longer sentences in two or three, I changed the sequence around within sentences, I rewrote paragraphs, I consulted with friends to find English equivalents for Flemish or Dutch expressions and I changed first and last names.

Let’s tell you a bit more about the name issue. We decided to keep the surname of the family that features throughout the book, the Dufour-de Soek family. We were reluctant to lose the unique Dutch-Flemish context of the original. The matriarch of the family is called Joke. My friend Chris, my translation shadow, pointed out that an English-speaking audience would read it as ‘joke’. We immediately came up with Agnes, corresponding with the woman’s age and era. The editors liked it.

As I progressed through the chapters I realised more names needed to be anglicised. Never expected to see such an extensive list of names! I decided to keep the same initial of the first or last name where possible and searched for appropriate alternatives, in keep with the age of the person. I thought of friends and other people of similar age and I consulted lists of popular names of a particular era. Renaming Joanneke, a teenage girl, as Jean was out of the question. She became Gemma. English sounding names in the original text such as Vera, Benny, Jaco, Carla, Thomas, Steve and Marion were keepers. Others changed: Ans/Alison, Evert/Eddy, Roos/Rose, Koen/Tom, Pieter/Paul, Thies/Rhys. The surname Boone became Bosh and Driessen Drayton. Thank you, friends, colleagues and acquaintances for [unbeknownst to you] providing inspiration!

I have learnt so much during the translation, not only about my native tongue and my second language, but also about how culturally and socially embedded language is. Thank you Chris, Ellen, Anke and Justine for the inspiring and enlightening discussions.

* Did anyone notice the difference? In the ensuing chapters the editors made less comments and requested less changes, my shadow translator commented on the drastic reduction of his work load. I think that counts as a YES.

P.S. Would I do it again? The jury is still deliberating …          

public libraries: a fragile history

I am posting a review of The library: a fragile history, written by Professor Pettegree and fellow historian Arthur der Weduwen about the fascinating history of how public libraries came to be.

One of the photos in the review reminds me of stepping into the State Hall of the National Library of Austria in Vienna, absolutely stunned by the absolute beauty of this Baroque library hall. A memorable visit in 2015 when I tried to not cough (I was terribly unwell with the flu) in the quietness of ancient books and visitors shuffling around.

I am so proud to be a part-time librarian, offering the community a priceless source of knowledge, learning and refuge.

kiwi as

Something dawned on me while reading Auē, Becky Manawatu’s debut novel. The first paragraph drew me in immediately. Ārama speaking: “Taukiri and I drove here in Tom Aiken’s truck. We borrowed it to move all my stuff. Tom Aiken helped. Uncle Stu didn’t. This was my home now.” Straight into the unique flavours of our Kiwi context. That felt surprisingly so familiar and made me actually feel quite happy.

Just before opening Auē,I had finished Sydney Bridge Upside Down by David Ballentyne. It is a lesser known book, but now considered a classic (and therefore reprinted). Ballentyne shows his craft in his incredibly clever depiction of long-ago-yet-still-recognisable New Zealand prepubescent summer experiences. A recent review of the book and its curious title had piqued my interest because the book was published in … 1968!

It then hit me: after more than 20 years in New Zealand, I ‘get it’, I understand deeply, with head and heart, the kiwi vernacular, how people (used to) live, young people’s mischief, children’s frightened experiences of domestic violence, backgrounds of poverty and misery, long cheerful summers, whānau relationships.

When I opened Auē, recommended by friends and the best-selling NZ book in 2020 and 2021, it felt like a home coming. In spite of the story foreboding tragedy (I am only 80 pages in), it is a magnetic page turner. Perhaps a great storm could envelop my house this afternoon so I can disappear in Ārama and Taukiri’s story of grief, adaptation and survival after their parents’ tragic, gang-related deaths. Fiction and reality sometimes cross in disturbing ways.