write-along #9#10

Dag 9

De verstekeling en jij weten nog een keer te ontkomen. Hoe? Een ding is zeker: er komt een wandelstok bij kijken en het cijfer 9.

Wie durft als eerste te bewegen, te vluchten, te schreeuwen, aan te vallen? Kastanje snuift van de spanning, we schrikken er allemaal van. Mijn reisgezel gebruikt dat gouden moment van verwarring om naar de wandelstok gegespt aan de rechterflank van het paard te grijpen. Hij schuifelt richting broer en zus tot de afstand net de lengte is van de vooruitgestoken wandelstok. Wat is hij van plan? De katapult trilt in de handen van het meisje. Het wordt een duel van stok en steen! Of niet? De jongen cirkelt langzaam rond het tweetal en bij elke stap schudt hij precies één druppel bessensap uit het flesje en telt luidop: uno … dos … tres … cuatro … cinco … seis … siete … ocho … … nueve… Gehypnotiseerd kijken broer, zus en ik toe tot druppel negen neervalt op het gloedhete zand. Broer en zus krijsen als zeemeeuwen, struikelen achterwaarts zo snel ze kunnen tot aan de motor. In ongeloof verdwijnen ze met de noorderzon, op een motor die van gekte bokt en stijgert.

Dag 10

Jullie komen bij de plek waar de verstekeling heen wilde. Maar hé: daar is de lifter, nu samen met de achtervolger. Verklaar hoe dat kan. Je hebt alleen niet meer dan 20 woorden hiervoor.

Eindelijk daar! Dorpsouderen, verzameld rond een verroeste waterpomp, aanhoren … broer en zus?! “They know the secret route to our village???”     

write-along

To all my followers whose knowledge of Dutch is limited or non-existent. This blog and some subsequent blogs report on a Dutch initiative by Carola Janssen who is the owner of professional writing bureau Prompt! For twelve days, the 200 or so people who subscribed to the write-along receive each day a specific instruction they have to write a paragraph or two about in what will ultimately become a short story. The daily task forces budding and experienced writers to be creative and think out of the box. Participants can follow fellow writers’ writing in a closed forum or on Facebook. I have to admit, reading all those stories is GREAT fun!

We are four days in and below you (i.e. if you understand Dutch) can see the instructions for days 1 to 4 and what I made of it. Sorry, your request to translate has been denied!

Dag 1

Je gaat met je favoriete vervoermiddel op stap. Het is een zonnige dag en wat kan er nou helemaal mis gaan? Schrijf een alinea over waar je heen gaat, met welk vervoermiddel en waarom dat zo’n tof ding is.

Er zit geen rust in die pedalen, maar wel in mijn hoofd. Voor ik vertrok, moest ik bagage en reiskleding kieskeurig uitzoeken. Want een fietstocht à la Camino, bijna 900km doorheen Patagonië, vereist wel wat voorbereiding. Dat maandenlange zwoegen over plannen, fietsonderhoud en reisdocumenten is al bijna een verre herinnering onder de Argentijnse zon. Mijn fiets is als de perfecte verlenging van mijn behoefte aan fysieke inspanning of verlangzamen; altijd zo geweest.

Dag 2

Dat is vreemd: je komt heel ergens anders uit dan verwacht! Sterker nog: je bent ergens waar je nog nooit geweest bent en tot overmaat van ramp heeft je vervoermiddel het begeven. Waar ben je beland? Je spreekt een voorbijganger aan om erachter te komen. Beschrijf (maximaal 2 alinea’s; had je er gisteren zes, dan mogen het voor straf alleen heel korte zijn :-)).

Terra del Fuego! Land van vuur en wind en wild. Kaap Hoorn – kan het bijna aanraken met het topje van mijn neus, in vogelvlucht dan toch. In de zilvergroene stroom links van het oneffen, rotsige pad glinstert iets fels, hard. Het stuur verstart, de ketting smelt, de spaken verkluwen… Voor ik het besef, val ik onverwachts in een veld van wat op klaprozen lijkt. Dan, een helder, opgewekt stemmetje achter een blauwe ballon. Sprak ze Spaans? ¿Dónde estoy?, fluister ik.

Dag 3

Wist je gesprekspartner meer? Dan weet je nu waar je bent. Niet? Ook geen probleem: je wilt hoe dan ook verder. Dit is tenslotte een road story, zoals je inmiddels gemerkt zult hebben. Omdat je vorige vervoermiddel echt stuk-stuk is, besluit je er een te stelen. Nood breekt wet. En ja, dat moet een ander vervoermiddel zijn dan je had. Vertel ons hoe je dat aanpakt.

Geen antwoord. Geen idee waar in de wereld ik me bevind. Geen levende ziel te bespeuren. Dat voelt best akelig en verontrustend en bevrijdend tegelijkertijd. Het bloemenveld strekt zich eindeloos uit, welke richting ik ook tuur. Het op en neer deinen van de klapachtige rozen geeft zoveel rust, laat me hier een tijdje verpozen… Mijn gedachten vallen in slaap tot ik me abrupt realiseer dat ik geen water of fiets meer heb en ab-so-luut verder moet. Op goed geluk loop ik richting westen naar een vage stip in de verte. Dichterbij komend ontwaar ik een gezadeld, jong paard van dat glanzend kastanjebruin dat het gemakkelijk zou winnen van Black Beauty. Geen spoor te bekennen van zijn rijder, al liet die wel een lederen heuptas en, wat lijkt op meetinstrumenten, achter. Ik wil niet wachten, de drang om dit avontuur in te rijden is zo sterk dat ik zonder scrupules en belachelijk onhandig op het paard hang-kruip, een betere beschrijving is er niet voor. JU!     

Dag 4

Je bent weer op weg. Dat lijkt oké, maar is het dat ook? Je hebt een verstekeling! (En als dat niet past in je vervoermiddel, iemand die je op de voet volgt.) En wat voor één! Maak kennis met je passagier (achtervolger) en stel hen in geuren en kleuren aan ons voor.

Stof waait op, Kastanje volgt zonder enige aarzeling een onzichtbaar pad. Ik nestel me in zijn pure kracht en veiligheid en durf een beetje te onstpannen. Tot een onverwachte luchtverplaatsing, zoals een auto die voorbij zoeft, mijn aandacht trekt. Is het Kastanjes eigenaar die langzaam maar zeker veld wint achter ons? Al rennend nog wel! In alle talen probeer ik me te verontschuldigen en uit te leggen waarom, waarheen en wie. Naast mij versnelt een jonge jongen met armen die me doen denken aan zacht gerimpeld leer, beige suede, met kuiten van stalen spieren, met een omgekeerde driehoek van een bovenlichaam, weet je wel, zoals bij rugbyspelers. Voeten in dunne, vuile stofschoenen. Zijn sierlijke handen houdt hij in een ontspannen knoop achter op zijn rug, ze voorkomen dat een wit katoenen shirt constant flappert in deze droge wind. Zijn gezicht, ik had het niet echt verwacht, is eerder een mix van oud en jong, van verweerd, getaand en energiek, ondeugdend. Zijn lichtgrijze ogen reflecteren het beeld van mij op Kastanje, zijn dat lachrimpels? Maar het is zijn witte haar, gevlochten in drie lange staarten, dat zijn verschijning kleurt. In mijn hoofd hoor ik hem zeggen: “Geniet van de rit. Je bent op weg. Ik blijf zolang je me nodig hebt.”